Thijs Zonneveld
Schrijven om te winnen
Thijs Zonneveld (29) heeft zijn grote doorbraak beleefd. Niet als wielrenner, wat jarenlang zijn droom was, maar als schrijver en journalist. Nu kijkt hij van een afstand naar de sport die hem fascineert en inspireert.
|
Hij fietste achter de ambulance met Robert Gesink aan en interviewde Cadel Evans in de afdaling van een col, na de finish van een etappe. Thijs Zonneveld deed afgelopen zomer dingen waar zijn collega-journalisten alleen maar van konden dromen. In een gehuurde camper, de fiets achterin, volgde hij op zijn eigen, alternatieve manier de Tour de France. Het tekent de ex-renner die hij is. "Het is zo belangrijk om je te kunnen verplaatsen in de mensen over wie je schrijft'', vertelt Zonneveld. "In de Tour werd er de eerste twee uur met een gemiddelde van 48 kilometer per uur gereden. Daarna begon de tv-uitzending en zag men de renners met de handen bovenop het stuur fietsen. Dan zijn er journalisten die na afloop, tegen renners die zich het snot voor de ogen hebben gereden, zeggen dat het een rustig dagje was en een saaie Tour is. Zo verlies je heel snel je geloofwaardigheid.'' "En dan nog, alsof renners er zijn om het publiek te vermaken! Sport is er om te winnen en nergens anders voor. Contador traint niet 365 dagen per jaar om het publiek te vermaken. Die traint om te winnen.'' Zelf hoeft hij niet langer maniakaal te trainen. Na avontuurlijke seizoenen in het buitenland bij AVC Aix-en-Provence (Frankrijk), Camargo Roper (Spanje) en Discovery Channel-Marco Polo beëindigde Zonneveld eind 2007 zijn carrière. "Ik merkte dat ik het laatste stapje naar de top niet kon maken. Als je die droom eenmaal verliest, kun je niet meer honderd procent leven voor je sport.'' Achter de wielrenner bleek een schrijftalent schuil te gaan. Zonneveld werd al snel opgemerkt door kranten, magazines en uitgeverijen. Nu, amper twee jaar gestopt, is hij in dienst bij dagblad De Pers en heeft hij al twee boeken op zijn naam staan: ‘Dit is onze tijd', over de Nederlandse toptalenten Robert Gesink, Lars Boom, Sebastian Langeveld, Bauke Mollema en (inmiddels achterhaald) Thomas Dekker, en ‘De ereronde van de eland', een roman over een eenzame vluchter in de Tour de France. Ook schreef Zonneveld een veelgeroemde special voor het tijdschrift De Muur over de comeback van Kai Reus. ChoquerendHet beruchte zwarte gat is hem dus bespaard gebleven. Niet iedereen doet hem dat na. "Laatst was ik op een reünie van mijn oude ploeg in Frankrijk. De ene renner is vuilnisman geworden, de andere buschauffeur of, met alle respect, putjesschepper. Zij zeiden: ‘Het leukste deel van ons leven zit erop.' Dat vond ik choquerend om te horen.'' Zonneveld mist zijn eerdere leven niet. "Ik droom bijna nooit meer over het wielrennen; vroeger altijd. Maar ik zit nog wel dagelijks een uurtje op de fiets. Dan doe ik de meeste ideeën op, het is mijn rustpunt van de dag.'' In ‘De ereronde van de eland' beschrijft de oud-coureur wat er omgaat in het hoofd van een renner die per ongeluk alleen voorop is geraakt in een Touretappe. "Ik wilde een beeld geven van hoe het is om in je eentje de hele dag op kop te rijden. Ik heb het bewust opgeschreven in flarden en fragmenten. Sport is ontzettend eendimensionaal: het ene moment heb je pijn in je benen, het andere moment zie je iets langs de kant van de weg en houdt dat je bezig.'' Zonneveld raakt in zijn roman de kern van topsport. "De belangrijkste drijfveer is altijd: ambitie. Het aantal sporters dat het doet voor het geld, is op de vingers van één hand te tellen. Om jezelf zo verschrikkelijk pijn te doen zoals Cancellara in zijn tijdritten, daar is geld echt niet genoeg voor.'' "We hebben nu een generatie jonge sporters die zichzelf pijn kan doen en die ontzettend zelfbewust is. Niet alleen Boom, Gesink, Mollema, Langeveld en Kai Reus, maar ook Sven Kramer en Robin van Persie. Die jongens gaan het halen, dat is niet moeilijk te voorspellen: ze hebben de fysieke kwaliteiten om de top te bereiken en de mentale wil om een klootzak te zijn. Zij trekken een ploeg naar een hoger niveau.'' Anderen haken vroeg of laat af. "Je moet jezelf altijd overschatten. Maar toen ik begon te beseffen dat ik niet de beste wielrenner van de wereld was of zou worden, toen ik in het Circuito Montañes werd voorbijgereden door Gesink en Mollema, toen kwam bij mij de realiteitszin, en dat is de doodsteek voor iedere sporter. Je kunt jezelf niet voor de gek blijven houden.'' |
Ze zullen zo wel harder gaan rijden, achter me. Een paar aanvallen, een paar versnellingen, de lont in het kruitvat, en ik ben teruggepakt voordat ik het weet. Toch? Omkijken maar weer. Komt er al wat aan? Nee. Mijn god, het is nog ver. Fragment uit: ‘De ereronde van de eland’ (Uitgeverij L.J. Veen, 2009) |









